Nummer 33, 18 September 2008



  • Geo-informatiesector in kaart
  • Programma GIN/RGI-symposium staat vast: schrijf je in!
  • Nederlandstalige website en nieuwsbrief GSDI-congres 2009 gelanceerd
  • Handig: doorkiesnummers RGI-medewerkers
  • RGI-projecten in het nieuws
  • Kort geo-nieuws



    Rubriek ‘RGI-AIO’s in de spotlights’
     

    Welke grond zal naar alle waarschijnlijkheid wel, en welke zal niet worden bebouwd? Dat is de vraag die onderzoeker Jasper Dekkers bezighoudt. De huidige generatie landgebruikmodellen biedt beleidsmakers te weinig houvast. Dekkers wil daar met zijn promotieonderzoek wat aan doen. De kern: het verbinden van een verklarend grondmarktmodel met een model waarmee toekomstig grondgebruik gesimuleerd wordt. Hij is onderzoeker bij het Spatial Information laboratory aan de vakgroep Ruimtelijke Economie van de Vrije Universiteit. Tijdens het schrijven van zijn doctoraalscriptie bij dezelfde vakgroep in 2001 werd hij door hoogleraar Henk Scholten gevraagd om te blijven en te promoveren. Vanaf 2002 is hij bezig met zijn proefschrift, dat hij binnenkort afrondt.

     

    Waar draait het om in jouw onderzoek?
    Ik onderzoek het effect van onder meer geluidshinder door vliegtuigen of de aanwezigheid van open ruimte op huizenprijzen. Daarnaast analyseer ik de effectiviteit van ruimtelijk beleid, denk aan het Groene Hart-beleid en het Rijksbufferzonebeleid, door het vergelijken van landgebruikverandering in gebieden met en zonder beleidsrestricties. De kern van het onderzoek is het verbinden van een verklarend grondmarktmodel met een model waarmee toekomstig grondgebruik gesimuleerd wordt. Het eerste model verklaart in welke mate verschillende kenmerken van percelen en transacties bijdragen aan de transactieprijs van grond. Het doel is nu om op basis van deze reële transactiegegevens en de nodige berekeningen, uitspraken te doen over de kans dat groene grond in de toekomst bebouwd wordt. Hierbij zijn perceel- en omgevingskenmerken in combinatie met ruimtelijk beleid belangrijke factoren die deze kans beïnvloeden.

    Wat heeft de maatschappij aan de modellen die je ontwikkelt?
    Nederland is een klein land met vele gebruikers van de grond, die allemaal hun eigen wensen hebben. De informatie die dit type modellen oplevert, kan het ruimtelijke planningsproces verbeteren.

    Wat betekent het programma Ruimte voor Geo-Informatie voor jou?
    Dankzij Ruimte voor Geo-Informatie en Habiforum heb ik sinds eind 2006 bijna full time aan mijn promotieonderzoek kunnen werken. In het LUMOSpro-brugproject van RGI/Habiforum heb ik daardoor veel vooruitgang geboekt met mijn onderzoek. Daarnaast verzorg ik de inhoudelijke en financiële rapportages van dit project. Ook dat is een leerzame ervaring.

    Wat boeit je in de geo-wetenschap?
    Ik geniet als studenten die bijvoorbeeld in onze workshop ruimtelijk modelleren voor het eerst kennis maken met geo enthousiast worden en de stap maken naar ruimtelijk denken in hun vakgebied. Geo is bij uitstek een middel om integraal te rekenen aan complexe ruimtelijke processen in de samenleving en de communicatie van gegevens over deze processen visueel te ondersteunen.

    Zijn er al tussenresultaten te melden?
    Over de verklarende modellen van grondtransacties zijn al verschillende publicaties verschenen. Daarnaast heb ik twee hoofdstukken voor boeken geschreven over de rol van Geo-ICT in de ruimtelijk-economische wetenschap en over het integrale ruimtegebruikmodel Ruimtescanner en de toepassing daarvan in enkele scenariostudies. Op www.feweb.vu.nl/gis kun je ze vinden. Ik ben nu aan het testen of mijn model de economische onderbouwing van de Ruimtescanner kan verbeteren.

     
      ^  


     

    Print deze nieuwsbrief